Donderdag aanstaande staat het nieuwe kabinet op het bordes. VVD en CDA leveren de ministers, het beleid wordt ondersteund door de PVV. Vastgelegd in het Regeerakkoord. Aangevuld met een Gedoogakkoord waarin de PVV tegemoet wordt gekomen. Over beide akkoorden kan veel gezegd worden. Op dit blog zal ook ik dat zo af en toe doen. Eerst maar eens het vergrootglas op de onderwijsparagraaf uit het regeerakkoord, het gedoogakkoord besteedt daar geen aandacht aan.
In alle opleidingen komt de kerntaak van het geven van goed onderwijs in voldoende contacturen centraal te staan.
De kerntaak van basisscholen ligt bij taal en rekenen.
Presteren is geen vies woord maar een noodzakelijke voorwaarde. Iedereen in het onderwijs wordt hierop aangesproken: ouders, leraren, leerlingen en schoolbestuurders: de basis op orde, de lat omhoog.
Er komen verplichte leerlingvolgsystemen met uniforme toetsen in het primair en voortgezet onderwijs.
De toegevoegde waarde (leerwinst) gaat zwaarder wegen bij de beoordeling van scholen en instellingen waarbij scholen ook het predicaat excellent kunnen verdienen.
Duidelijke taal. Foute taal. Dat wel. Niemand zal weerspreken dat het leren van basisvaardigheden als rekenen en taal een belangrijke, misschien zelfs wel de belangrijkste, taak van het onderwijs is. Het kabinet Rutte benoemt het zelfs als de kerntaak van basisscholen. Het gevaar is echter dat het onderwijs hiermee vervalt in het op een instrumentele manier aanleren van deze vaardigheden, zónder aandacht te hebben voor 1. de context waarin deze vaardigheden worden eigen gemaakt en 2. de context waarin deze vaardigheden worden toegepast. Uiteindelijk geldt voor taal- en rekenvaardigheden immers ook dat het geen doel op zich is om dit te leren, maar een middel om zelfstandig te kunnen deelnemen aan de maatschappij.
Dit kabinet stimuleert echter de gedachte dat als op de taal- en rekentoetsen maar hoge cijfers worden gescoord de kwaliteit van het onderwijs wordt verhoogd. Dit kabinet stelt het verplicht om uniforme toetsen te gebruiken om het niveau van taal- en rekenvaardigheid van kinderen vast te stellen. Natuurlijk, presteren is geen vies woord, maar waarop? Gaan we samen op de banken als er hoge scores op de verplichte uniforme toetsen worden behaald? Ik niet, die scores zeggen mij namelijk helemaal niets. Het is een momentopname van een vaardigheid waarvan ik de beheersing van kinderen liever vast stel door hen te observeren, door te kijken naar de manier waarop zij het relevantie situaties toepassen. Die uniforme toets zorgt er misschien wel voor dat resultaten onderling kunnen worden vergeleken, over hoe vaardig kinderen werkelijk zijn zeggen die toetsen mij niets.
Het kabinet Rutte, en de aanstaande minister van Onderwijs voorop, stimuleert een verdere eenzijdige focus op rekenen en taal en het meten met gebruik van irrelevante uniforme toetsen. Waar is de aandacht voor brede ontwikkeling van kinderen? Voor de manier waarop zij leren samenwerken? Voor de manier waarop zij leren communiceren met anderen in hun omgeving? Voor hun creativiteit en inlevingsvermogen? Waarom is er geen aandacht voor deze ontwikkeling van kinderen als scholen wordt gevraagd de kwaliteit en toegevoegde waarde van hun onderwijs te verantwoorden? Taal en rekenen is van groot belang, maar er is nog zoveel meer onder de zon. Het voorgenomen kabinetsbeleid doet geen recht aan de ontwikkeling van kinderen in brede zin en de taak van het onderwijs om ook hieraan een bijdrage te leveren.
Foto: on Flickr by –Tico– Creative Commons