Mijn promotie-onderzoek start in januari 2011

Goed nieuws! Op 21 september 2010 heeft de Raad van Lectoren van de HvA mijn aanvraag voor een promotie-onderzoek positief beoordeeld. Op basis hiervan heeft het College van Bestuur van de UvA/HvA ook positief geoordeeld over de financiering van mijn promotie-onderzoek. Inmiddels is alles binnen de opleiding waar ik werk (Pabo) ook zo geregeld dat ik met mijn onderzoek kan beginnen. In de periode januari 2011 t/m december 2014 zal ik het merendeel van mijn tijd besteden aan aan mijn onderzoek naar de socialiserende functie van onderwijs. Als alles mee zit zal ik rond de jaarwisseling van 2014/2015 promoveren aan de Universiteit van Amsterdam. Zover is het natuurlijk nog lang niet… Eerst maar eens even een terugblik.

Het moet al in aan het einde van het eerste jaar van mijn werk op de HvA zijn geweest, in het voorjaar van 2008, dat mijn toenmalige leidinggevende bij mij polste of het doen van promotie onderzoek wellicht iets voor mij zou zijn. Interessante vraag. Het zette mij weer op het spoor van de wetenschap. Twee jaar daarvoor had ik mijn doctoraalstudie aan de VU afgerond en mijzelf ook de vraag gesteld: zoek ik een werkplek aan een Universiteit en richt ik mij meer op de theorie, of zoek ik een werkplek elders in het onderwijs en richt ik mij meer op de praktijk? Het werd de praktijk, voorlopig.

Na mijn studie aan de Pabo Haarlem en mijn doctoraalstudie Onderwijspedagogiek aan de VU koos ik ervoor te blijven werken op de basisschool waar ik al vanaf 2001 in dienst was. Eerst maar eens met de beide poten in de spreekwoordelijke modder. Zo geschiedde. Ik kreeg vier dagen in de week mijn eigen groep 3 en had één dag in de week een taak als coördinator van de onderbouw. Aan het einde van dat schooljaar kreeg ik van een collega een vacature onder ogen van mijn huidige baan op de Pabo van de Hogeschool van Amsterdam. Daar kreeg ik de kans mijn praktische ervaring en theoretische kennis samen te brengen in het opleiden van studenten op scholen die mij het liefst zijn: scholen voor Ontwikkelingsgericht onderwijs. Doen dus! Inmiddels werk ik voor het vierde jaar op de HvA.

Instellingen voor Hoger Onderwijs investeren vandaag de dag veel geld in de verdere professionalisering van hun medewerkers en stimuleren docenten een promotie onderzoek te doen, grotendeels in de ‘baas z’n tijd’. De afgelopen twee jaar was ik al actief als onderzoeker in de kenniskring School en omgeving van de grote stad van Lector Edith Hooge. Vanaf het voorjaar van 2010 werkte ik aan mijn onderzoeksopzet, onder begeleiding van Edith, maar ook onder begeleiding van mijn (beoogde) promotor, Monique Volman, hoogleraar Onderwijskunde aan de UvA. Juist binnen mijn huidige werkplek vind ik het interessant theorie en praktijk door middel van mijn onderzoek verder met elkaar te verbinden. Het zijn geen twee van elkaar los te maken perspectieven, theorie en praktijk zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De komende jaren ga ik dat in mijn werk laten zien.

Morgen/dinsdag in een volgende blog meer aandacht voor de inhoud van mijn onderzoek. Tot die tijd: zijn er onderzoekers onder de lezers? Wie heeft een ultieme tip, wijsheid of aandachtspunt voor deze promovendus in de dop? Reageer hieronder!

, ,

  • Pingback: Tweets die vermelden Mijn promotie-onderzoek start in januari 2011 | Remy Wilshaus.nl -- Topsy.com

  • Pingback: Waaruit bestaat de socialiserende functie van onderwijs? | Remy Wilshaus.nl

  • Een ouder

    Elke school heeft een zorg advies team. Toch ben ik van mening dat een goede voorlichting aan de hand van goede informatie voorziening cruciaal is om goed onderwijs te kunnen volgen na een geweldsincident. Het een sluit het ander namelijk niet uit. Zodra een kind psychisch in de knel komt is er geen passend aanbod in het regulier onderwijs.
    Bijvoorbeeld het toenemend probleem dat jongeren die door zelfdoding een eind aan hun leven maken is een ernstige zaak. Maar ook een indicatie dat onderwerpen in de taboe- en privésfeer doorbroken moeten worden .Het onderwijs zal hier ook zeker een goede ingang kunnen betekenen om maatschappelijke onderwerpen te kunnen bespreken,zonder een stigma en of code zorgmelding te gebruiken als je enkel en alleen je verhaal wilt doen. Het onderwijs zou een vertrouwde basis moeten bieden waar kinderen zonder valse schaamte over hun problemen kunnen praten. Pubers b.v. willen zich graag meten aan een peergroep. En dus ligt er ook deels verantwoordelijkheid in deze maatschappij om taboe onderwerpen bespreekbaar te maken. Denk aan de problematiek huiselijk geweld en stalking . We lezen het vooral in het nieuws. Daarnaast vraag ik mij af waarom hulp voor kinderen nog te lang op zich laat wachten na een ervaring van een traumatische impact .Het onderwijs zou hierin ook een maatschappelijke betrokkenheid in moeten nemen.