Vandaag in de zon. Op de fiets en in de trein. Schradinova aan en gáán. Het is lente mensen!
httpvh://www.youtube.com/watch?v=5h8eubNN3dM
Vandaag in de zon. Op de fiets en in de trein. Schradinova aan en gáán. Het is lente mensen!
httpvh://www.youtube.com/watch?v=5h8eubNN3dM
Ik ga beginnen met het verzamelen van meningen over onderwijs. Over wat goed onderwijs is, over wat de functie van onderwijs zou moeten zijn, over wat effectief onderwijs is. Iedereen heeft wel een idee en gelukkig is er een grote groep mensen niet te beroerd dat idee te ventileren. Vandaag start ik met twee quotes van de opiniepagina van de Volkskrant, uit twee verschillende bijdragen.
Catherina de Vries houdt op de opiniepagina van de Volkskrant (18 april 2011) een pleidooi om naast de aandacht voor de onderzoeksprestaties, op de universiteit meer aandacht te besteden aan de onderwijsprestaties van medewerkers.
De docent die niet goed functioneert of te weinig aandacht besteedt aan het onderwijs moet hierop worden aangesproken. De universiteit heeft als opdracht om een nieuwe generatie klaar te maken voor de arbeidsmarkt, en deze generatie heeft recht op goed onderwijs. Deze rol zouden universiteiten serieuzer moeten nemen.
Leonard Geluk waarschuwt op diezelfde opiniepagina van de Volkskrant (18 april 2011) dat het beroepsonderwijs een soort havo dreigt te worden. Hij verzet zich tegen het plan van de minister om het aantal uren praktijkonderwijs te verlagen om zo meer aandacht aan theorie te kunnen besteden.
Ik wil mijn leerlingen niet jarenlang in school doelloze muurtjes laten opmetselen en weer af laten breken. Ze moeten buiten in de bouw ervaring op doen. En oefenen met plastic poppen is voor toekomstige verpleegkundigen misschien even nuttig, maar ze leren het vak pas echt tussen de patiënten in het ziekenhuis. Ook is het aantal uren praktijkgericht onderwijs voor kappers anders dan voor schilders. Minister, geef ons de ruimte dat zelf te bepalen.
Deze twee quotes roepen bij mij twee vragen op:
Zowel De Vries als Geluk schrijven studenten en leerlingen te willen voorbereiden op deelname aan de arbeidsmarkt. De manier waarop zij hun onderwijs inrichten is echter totaal verschillend. De universiteit kent traditioneel een bijna geheel op de theorie gericht curriculum, terwijl Geluk voor het beroepsonderwijs juist een een praktijkgericht curriculum voorstaat en zich verzet tegen de uitbreiden van de theorie component in het curriculum. Hoe zit dat nu precies? Op welke manier verschillen theorie en praktijk van elkaar binnen deze twee contexten? Later meer hierover.
Interessante tool gevonden om mijn LinkedIn netwerk te visualiseren. Er zijn duidelijk afzonderlijke groepen in mijn netwerk te onderscheiden, zelfs ook binnen mijn PvdA contacten. Mensen uit de tijd dat ik landelijk actief was binnen de JS en de PvdA en mensen uit Utrecht. Verder zijn er drie onderwijsgroepen te onderscheiden: Pabo Haarlem, HvA en Ontwikkelingsgericht Onderwijs. En tot slot een groep mensen uit de jaarclub van Marleen. Klik op het plaatje voor een grote variant.
Gisteren bezocht ik met een groep collega’s de Amstelcampus. In juli 2011 verhuist de opleiding na vier jaar terug naar de oude locatie, waar een prachtig vernieuwd gebouw is gerealiseerd. Hieronder enkele foto’s. De Pabo krijgt de derde verdieping van het Kohnstammhuis ter beschikking. Een leuk nieuwtje was dat de kunstwerken in de lange gang van de Pabo, waaraan onze lokalen en werkplekken liggen, worden gemaakt door Joost Swarte. Ik kijk er naar uit te verhuizen. Ben je benieuwd naar het aantal nachtjes dat wij nog moeten slapen voordat wij welkom zijn op onze nieuwe werkplek? Check dat hier: http://hoeveelnachtjesslapen.nl/welkomopdeamstelcampus.
Vanaf begin april geef ik aan twee propedeuse klassen van de Pabo HvA een deel van de vakmodule pedagogiek. Vier bijeenkomsten over beroepsopvattingen van leraren, of liever gezegd, over de vraag: wat vind jij dat tot de taak van het basisonderwijs behoort? Wat niet?
Afgelopen vrijdag besprak ik in de tweede bijeenkomst van de eerste groep vier nieuwsberichten uit het Parool. In de vorm van ‘De achterkant van het gelijk‘ bespraken we elk onderwerp aan de hand van vier stellingen. Per stelling werd de taak van het basisonderwijs m.b.t. dat onderwerp steeds groter. Een prima manier om gesprek hierover te stimuleren. Daarna gingen de studenten aan de slag om zelf een serie van vier stellingen op te stellen aan de hand van vier andere situaties.
Terwijl mijn les begon publiceerde ik op Twitter aan de hand van elk van de acht onderwerpen een stelling met de hashtag #taakPO. In totaal hebben dertien mensen zich op Twitter in het gesprek gemengd. Helaas maar een enkele student. In de les zelf toonde ik een Twitterfountain met de tweets n.a.v. de stellingen. Meer dan dat heb ik er in mijn les nog niet meegedaan. Om de Twitter discussie die op dat moment gaande was betekenisvol te maken voor het onderwijs op dat moment had ik vooraf gerichter mensen kunnen uitnodigen om deel te nemen en studenten de opdracht kunnen geven om zich online te mengen in het gesprek en na afloop de argumenten te analyseren. Een andere mogelijkheid is om buiten de lessen om een dergelijke discussie online te plannen, een grotere groep studenten uit te nodigen deel te nemen en hierbij ook andere geïnteresseerden te betrekken. Blogpraat is een voorbeeld van hoe dat kan/gaat, zie hier de #blogpraat tweets. Ik buig mij ondertussen over een variant m.b.t. het basisonderwijs.
Lees hieronder (of hier) verder om het gehele overzicht van tweets te bekijken. Andere ideeën om Twitter een betekenisvolle plaats te geven in het onderwijs zijn welkom in de reacties! Continue Reading →
Afgelopen week presenteerde de Onderwijsraad haar advies Onderwijs vormt. Het advies, inclusief uiteenlopende bijlagen, sluit inhoudelijk goed aan op het promotieonderzoek waarmee ik bezig ben. Eerder vanochtend vatte ik het advies al samen in vier tweets.
Er worden aanbevelingen gedaan voor alle bij het onderwijs betrokken mensen zoals de leraar, de school, de lerarenopleiding en de minister. Ik ben benieuwd in hoeverre leraren zich kunnen vinden in de aanbevelingen die op hen betrekking hebben. Ik citeer:
Aanbeveling 1 voor leraren: onderken uw rol bij de vorming en ontwikkel gevoel voor vormende mogelijkheden in onderwijssituaties.
De Onderwijsraad vindt het belangrijk dat leraren/docenten zich bewust zijn van de rol die zij vervullen in de vorming van leerlingen. Bewustwording hiervan biedt kansen. Vorming kan goed plaatsvinden tijdens vaklessen, zoals lessen godsdienst / levensbeschouwing, natuurwetenschappen, literatuur, geschiedenis en filosofie. Door met passie je vak te geven, door de buitenwereld in je lessen te betrekken en daarmee het belang van je vak te laten zien, door met leerlingen in gesprek te gaan over meer achterliggende vragen, of door te laten zien wat een vak voor je als professional betekent, kan een leraar of docent vormend zijn. Vorming vindt in belangrijkste mate óók plaats door hoe een leraar of docent zich opstelt tegenover leerlingen/studenten: in de manier waarop hij contact maakt en de manier waarop hij reageert. Vorming zal daarmee in de onderwijspraktijk vaak ook in het alledaagse zijn te vinden.
In hoeverre herken jij je hierin? Wat is jouw reactie op dit advies? Schroom niet jouw reactie hieronder achter te laten.
Creative Commons 2012 remywilshaus.nl | Deze website draait op Wordpress | RSS
