Ik ga beginnen met het verzamelen van meningen over onderwijs. Over wat goed onderwijs is, over wat de functie van onderwijs zou moeten zijn, over wat effectief onderwijs is. Iedereen heeft wel een idee en gelukkig is er een grote groep mensen niet te beroerd dat idee te ventileren. Vandaag start ik met twee quotes van de opiniepagina van de Volkskrant, uit twee verschillende bijdragen.
Catherina de Vries houdt op de opiniepagina van de Volkskrant (18 april 2011) een pleidooi om naast de aandacht voor de onderzoeksprestaties, op de universiteit meer aandacht te besteden aan de onderwijsprestaties van medewerkers.
De docent die niet goed functioneert of te weinig aandacht besteedt aan het onderwijs moet hierop worden aangesproken. De universiteit heeft als opdracht om een nieuwe generatie klaar te maken voor de arbeidsmarkt, en deze generatie heeft recht op goed onderwijs. Deze rol zouden universiteiten serieuzer moeten nemen.
Leonard Geluk waarschuwt op diezelfde opiniepagina van de Volkskrant (18 april 2011) dat het beroepsonderwijs een soort havo dreigt te worden. Hij verzet zich tegen het plan van de minister om het aantal uren praktijkonderwijs te verlagen om zo meer aandacht aan theorie te kunnen besteden.
Ik wil mijn leerlingen niet jarenlang in school doelloze muurtjes laten opmetselen en weer af laten breken. Ze moeten buiten in de bouw ervaring op doen. En oefenen met plastic poppen is voor toekomstige verpleegkundigen misschien even nuttig, maar ze leren het vak pas echt tussen de patiënten in het ziekenhuis. Ook is het aantal uren praktijkgericht onderwijs voor kappers anders dan voor schilders. Minister, geef ons de ruimte dat zelf te bepalen.
Deze twee quotes roepen bij mij twee vragen op:
- Wat is de functie, of het doel, van onderwijs?
- Op welke manier denken we het onderwijs te moeten inrichten om dit doel te behalen?
Zowel De Vries als Geluk schrijven studenten en leerlingen te willen voorbereiden op deelname aan de arbeidsmarkt. De manier waarop zij hun onderwijs inrichten is echter totaal verschillend. De universiteit kent traditioneel een bijna geheel op de theorie gericht curriculum, terwijl Geluk voor het beroepsonderwijs juist een een praktijkgericht curriculum voorstaat en zich verzet tegen de uitbreiden van de theorie component in het curriculum. Hoe zit dat nu precies? Op welke manier verschillen theorie en praktijk van elkaar binnen deze twee contexten? Later meer hierover.

